Symptomen
Geschreven door Hilde Tjeerdema   
Op de middelbare school werkte ik hard aan mijn eigen geëmancipeerde illusie. Ik dacht dat ik als vrouw net zoveel kon bereiken als mannen. Ik dacht dat ik net zoveel tijd, macht en vrijheid zou krijgen als zij. Deze illusie brokkelt langzaam maar zeker af. Nou ja, langzaam. Het is net als met de smeltende poolkappen. Lang gebeurt er niks en dan plotseling breekt er een groot stuk ijzige illusie af en verdwijnt het met een harde plons in de koude, donkere zee.
Gisteren nam ik weer afscheid van een illusie. Het combineren van werk en zorg klinkt goed, maar waar haal ik in godsnaam de tijd vandaag dit te doen? Waar haal ik de komende tien jaar de tijd vandaan om: Veertig uur per week te werken, de wc en badkamer schoon te maken, te stofzuigen, de kattenbak te verschonen en eten te koken, te sporten en met vrienden af te spreken, mijn relatie te onderhouden, mijn politieke ambities waar te maken en – last-but not least -  één à twee slimme baby’s groot te brengen? Hoe doen andere vrouwen dit?
Het feit dat ik weer een deel van mijn lang gekoesterde ideaal ben kwijtgeraakt drukt zwaar op me.  Een vriendin vroeg laatst bezorgd of het wel helemaal goed met me ging. Mijn grijze wallen en de trieste blik in mijn ogen waren ook haar opgevallen. ‘Zo kun je niet langer doorgaan, Hilde’ sprak ze streng. ‘Dit vraagt om medische bemoeienis’.
Mijn huisarts wist wel wat te doen, zo was onze redenering.  Dus zo zat ik tegenover hem en vertelde hem mijn zorgen. ‘Amerikaanse onderzoekers hebben de symptomen die je beschrijft kortgeleden in verband gebracht met een aandoening’ mompelde de man. ‘Het schijnt veroorzaakt te worden door een ontregeling in de hypofyse.  Hoogopgeleide vrouwen schijnen er veel last van te hebben. Het vermoeden bestaat dat er sprake is van een genetische predispositie. Dat vrouwen met een hoge opleiding er een hogere gevoeligheid voor vertonen en dat het met name in een ‘academische omgeving’ tot ernstige klachten kan leiden.  Het schijnt verwant te zijn aan andere soortgelijke aandoeningen, al wordt aangenomen dat dit niet veroorzaakt wordt door een tekort aan serotonine. Ik vermoed dat je klachten te wijten zijn aan een pre-conceptionele depressie’. Hij raadde me ook nog een of ander medicijn aan. Microgynon 30 of zoiets. 
Ik slik mijn nieuwe medicijn nu trouw elke dag. Mijn symptomen zijn niet verergerd. Ik maak me nog steeds wel zorgen over de toekomst, maar nu ik weet dat ik PCD heb is het toch anders. Ik had nooit kunnen denken dat mijn zorgen me zo ziek konden maken. 
Op de bijsluiter van mijn medicijn staat geschreven dat als ik stop met deze pil, ik het beste kan beginnen met het slikken van foliumzuur. Foliumzuur? Wat is dat ook alweer? Dat is toch iets voor zwangere vrouwen? Welke sadist verzint dat nou, foliumzuur voorschrijven aan vrouwen die last hebben gehad van een pre-conceptionele depressie? De farmaceutische industrie? De minister van Jeugd en Gezin??